Haven en Heijplaters horen bij elkaar

Als Heijplater kun je niet om de haven heen. Machtige dokken en hijskranen omringen het vroegere RDM-dorp en herinneren aan de glorietijd van de Hollandse scheepsbouw.

 

Evert van der Schee (77) zou deze omgeving nooit kunnen missen. Vanaf zijn 16e tot aan zijn pensioen werkte hij bij de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM). Sinds 1958 woont Van der Schee in Heijplaat, waarvan hij elke steen kent. De herinneringen die hij ophaalt, doen het haveneiland van weleer herleven. Bij de RDM klom hij op van ijzerwerker tot plaatsvervangend hoofd sociale zaken. Op elke promotie volgde een nieuw huis. Arbeiders bewoonden bescheiden huisjes, middenkader bewoonde middelgrote woningen, directieleden kapitale panden.

Van der Schee en zijn vrouw Coby, bewaren mooie herinneringen aan hun eerste benedenhuisje in de Heijplaatstraat, eind jaren 50. Het toilet deelden zij met de bovenburen.
Lastig? Welnee, juist leuk. ‘We hielpen elkaar over en weer’, weet Van der Schee nog , ‘we hadden toen nog geen stofzuiger, die mochten we lenen van de buren. ‘ Die saamhorigheid kenmerkt de oude Heijplaters volgens hem nog steeds. Hij merkt dat tijdens zijn werk als lid (PvdA) van de Deelraad Charlois. De raad koos hem als plaatsvervangend voorzitter. Hij streeft naar deelname en betrokkenheid van nieuwkomers in de buurtgemeenschap.
Ook zijn vroegere werk blijft de oud-RDM’er boeien. Hij praat erover met oud-collega’s, die lesgeven in de voormalige RDM-bedrijfsschool, waar het Albeda College metaalopleidingen biedt.

De havens oefenen grote aantrekkingskracht op hem uit. Hij slijt er vele vrij uren, waarbij hij dankbaar gebruik maakt van de wandel- en fietsroute, die via Waalhaven en IJsselhaven naar het Quarantainegebied voert: ‘De lichten in de haven zijn fascinerend. Bijzondere boten, zoals de SS Rotterdam, prikkelen mijn nieuwsgierigheid. ‘
Zijn passie voor de haven deelt hij met veel buurtgenoten, ervaart hij: ‘Haven en Heijplaters horen nu eenmaal bij elkaar. Ze zijn ermee vergroeid.’


Quarantainegebied 'Fijne plek waar je niemand stoort.'

Door een poort, via containers, dokken en kranen sta je ineens middenin landelijk groen. Een konijn springt weg, achter hekken grazen paarden. Waar vind je dit, behalve in het Rotterdamse Quarantainegebied Beneden Heijplaat?

 

Deze plek is zo uniek, dat je er nooit meer weg wilt’, weet kunstenaar Maarten van Gent, die er sinds 1980 woont en werkt: ‘Vanuit mijn keuken kijk ik dwars over de Maas. De boten, de containers, het onverwachte van kunst op een ziekenhuisterrein, zijn een deel van mijn leven geworden.’

Het Quarantainegebied is een plek waar je ongestoord flink herrie kunt maken, vond Van Gent, die onder meer geluid opneemt en bewerkt voor films en documentaires. Hij werkt op het Quarantaineterrein, dat jarenlang gedeeltelijk leegstond, nadat het terrein voor quarantaine overbodig was geworden. Een groep kunstacademiestudenten, op zoek naar studio’s voor hun projecten met beeld en geluid, kreeg na het kraken van de barakken een gemeentelijke gedoogstatus en uiteindelijk een monumentstatus. Die studenten van weleer zijn gebleven. De barakken middenin de haven, op het in de jaren 30 door werkloze bouwvakkers aangelegde bosterrein, lenen zich perfect als woon- en atelierruimte.

Precies het goede atelierformaat’, prijst Van Gent zijn studio in het Ontsmettingsgebouw (reine afdeling) waar hij zijn opdrachten uitvoert. Met partner Lowieke Lduran, beeldend kunstenaar en organisator van FollyDOCK, woont hij in de isolatiebarak, evenals de andere barakken op het terrein in de oorspronkelijke staat gehouden.

Wonen in het Quarantainegebied betekent veel zelf doen, want voorzieningen zoals verwarming zijn niet vanzelfsprekend. Van Gent vindt dit juist mooi: ‘Alles richt je zelf in, die vrijheid heb je hier.’ Binding met Heijplaat vindt Van Gent belangrijk, vooral vanwege alle nieuwe ontwikkelingen rond het gebied: ‘Contact met anderen daarover is nodig. Je kunt je niet isoleren.’
Om die reden is hij blij met de wandel- en fietsroutes die naar zijn woon- en werkgebied leiden. Hij kan iedereen zo’n tocht aanraden: ‘Eens in je leven moet je hier geweest zijn.’